Schoonmaakhulp is wél een verantwoordelijkheid van de gemeente

GroenLinks Kampen: duidelijkheid is winst.

De Centrale Raad van Beroep heeft zich uitgesproken over de HH1, de schoonmaakhulp. Deze uitspraak ging over specifieke persoonlijke situaties. Tegelijk geeft de Raad hiermee een algemene richtlijn.
De hoogste rechter zegt nu dat de gemeente verantwoordelijk is voor de huishoudelijke hulp. Zomaar “wij bieden die hulp niet meer aan, u moet het zelf regelen” mag een gemeente niet zeggen. Ook de gemeente Kampen moet zich aan deze uitspraak houden.

Wat dat betekent voor inwoners in Kampen is daarmee nog niet zomaar duidelijk. Wordt HH1 straks net als vóór 2015 weer door de gemeente geregeld en betaald, op basis van keukentafelgesprekken? En wat gebeurt er dan met de eigen bijdrage die mensen gaan betalen en al hebben betaald voor HH1?

De gemeente krijgt minder vrijheid en meer verplichtingen door deze uitspraak. Nieke Jansen: “Ik ben blij deze uitspraak van de rechter, als daarmee de onrust en onzekerheid verdwijnt voor de mensen die HH1 nodig hebben en voor wie werkt als hulp in de huishouding. Na anderhalf jaar is er meer duidelijkheid en dat is winst.”

Hoe het dan vanaf nu gaat worden in Kampen, is nog niet zomaar helder na deze uitspraak. Kampen moet op sociaal gebied in de komende jaren een extra korting van nog eens ruim 6 miljoen euro verwerken. Met deze extra verplichting wordt het nog moeilijker om goede zorg en begeleiding te bieden. Nieke Jansen: “Mensen moeten voorop staan. Dat komt steeds meer in de verdrukking door gebrek aan financiële ruimte. Den Haag zal nu met geld over de brug moeten komen. Als dat niet gebeurt, blijven er weinig mogelijkheden over. Gaat Kampen dan bezuinigen op andere zorg en begeleiding of moeten mensen veel hogere eigen bijdragen betalen? GroenLinks wil die kant niet op. Een alternatief zou zijn dat we het geld uit de ‘spaarpot’ van de gemeente halen. Er is wel een probleem: die spaarpot is al bijna leeg en nieuwe tekorten komen eraan. Kortom, na dit besluit van de rechter is nog heel wat denk- en rekenwerk nodig om goede zorg en begeleiding te blijven bieden. En daar draait het uiteindelijk om.”