Bort Koelewijn, scheidend burgervader: ‘Kampen was als een warm bad waarin ik naar hartenlust mocht zwemmen’

Door Alex de Jong @ Attest Communicatie

Foto’s : Marjan van Houwelingen

Volgens het functieprofiel is het een baan voor 36 uur per week. ‘Maar ik moet de eerste burgemeester die dat redt, nog tegenkomen’, grapt scheidend burgemeester Bort Koelewijn (67).

Twaalf jaar lang stond hij 24/7 paraat voor de Kamper samenleving. Gedurende die periode werd zijn agenda geregeerd door alles wat maar op zijn pad kwam. Een druk leven waar Koelewijn vooral ‘enorm dankbaar’ voor is. Met passie en overtuiging vervuld. ‘Want als ik iets doe, dan wil ik me daar voor meer dan de volle honderd procent voor inzetten.
Of dat ten koste ging van zijn privéleven, van zijn leven als echtgenoot en vader? ‘Natuurlijk; dat kan niet anders’, erkent hij.
Op 11 september vaart hij op de kogge Kampen uit. Het einde van een tijdperk. ‘Al begin ik me pas nu te realiseren in wat voor warm bad ik hier heb mogen zwemmen. Ik wil de mensen van gemeente Kampen ontzettend hartelijk bedanken dat ik hun burgemeester heb mogen zijn.’

Een afscheidsinterview over twaalf jaar burgemeesterschap in Kampen. Over zijn leven, zijn inspiratie en zijn motivatie. Met dieptepunten, maar vooral veel hoogtepunten. Over de man die, als oudste uit een gezin van vier, het boerenbedrijf van zijn familie had kunnen overnemen, maar koos voor een carrière op gemeentelijk niveau. ‘Ik heb zelfs nog heel even overwogen om de scheepvaartschool te gaan doen.’ Maar het leven bracht hem op een heel ander pad. Een leven vol betrokkenheid en met oprechte aandacht voor iedereen.

Boerenfamilie
Niemand roept als kind ‘ik word burgemeester’; ook Bort Koelewijn niet. ‘Ik werd pas met het begrip burgemeester geconfronteerd, toen ik op twaalfjarige leeftijd met de directeur van een vleesfabriek – en zijn dochter – mocht meerijden voor een toelatingsexamen van het lyceum. De man zei, terwijl hij de deur van zijn automobiel voor mij openhield: ‘Stapt u maar in, meneer de burgemeester.’ Wel had de jonge Bort een voorliefde voor het meedraaien in besturen. Kerkelijke verenigingen, jeugdverenigingen; ze oefenden een sterke aantrekkingskracht op hem uit. ‘Ik vond het een enorme eer om als tiener al secretaris van een club te zijn dat verder door volwassenen werd bestuurd.’
Deze passie voor meepraten, meedenken en vormen, kreeg hij met de paplepel ingegoten. ‘Vader en moeder hadden het ondernemerschap en maatschappelijke betrokkenheid in hun bloed zitten. Aan tafel werd veelvuldig over dit soort zaken gesproken. Ze zaten in veel verenigingen, overlegstructuren, raad van toezicht, de kerk, noem maar op.’ Het ‘zaadje’, verankerd in opvoeding en DNA, kwam tot wasdom toen de tiener ‘Het wassende water’ van Herman de Man las. ‘Het ging over boer Chieljan Beijen, die besloot te gaan studeren en later waarnemend dijkgraaf werd. Toen de dijken het, als gevolg van kruiend ijs, dreigden te begeven, waagde hij zijn leven om de gemeenschap te redden.’ De burgemeester oreert vol overgave. ‘Ik vergeet nooit meer dat ene, mooie zinnetje: ‘De echte dijkgraaf was met vakantie in Limburg.’ Want ja, je hebt nu eenmaal werkpaarden en sierpaarden.’ Bort voelde verwantschap met ‘werkpaard’ Chieljan. ‘Je mogen bemoeien met zaken van het algemeen belang; ik heb dat altijd als een voorrecht beschouwd.’ Desondanks leek hij voorbestemd voor andere werkzaamheden. Hij had zijn zinnen gezet op een studie aan de hogere zeevaartschool. ‘Drie van mijn vrienden gingen; ik wilde ook.’ Het liep anders. Want toen de gemeentesecretaris van Bunschoten met de schooldirecteur belde en vroeg of hij een geschikte examenkandidaat voor een baan als ambtenaar wist, kwam slechts één naam bovendrijven…

‘Een soort turbo’
‘Op school was ik de enige die echt belangstelling had voor staatsrecht. Ik vond het super interessant. Ik wilde weten hoe dat alles juridisch in elkaar stak. Dat gaf me energie, een soort turbo.’ Hij was zeventien. ‘Je wordt leerling-ambtenaar bij ons, vertelde de gemeentesecretaris, bij ‘bevolking, burgerlijke stand, militaire zaken, verkiezingen en nog een hele rij’, lacht Koelewijn. ‘Maar het belangrijkste is: je gaat naar de bestuursschool.’ Overdag ambtenaar, ’s avonds student. De eerste drie jaar rondde hij af met drie negens. Ook de vijfjarige opleiding rondde hij met een cum laude eindresultaat af. Hij studeerde verder, werd docent, naast zijn baan als ambtenaar, en groeide verder. Hij volgde de eerdere gemeentesecretaris op en werd later gemeentesecretaris van De Bilt. ‘Daarnaast ben ik sociale wetenschappen gaan studeren. Ik wilde meer weten van management en interculturele communicatie.’

Wat vonden zijn ouders ervan dat hij geen boer werd? ‘Ik had twee jongere broers en een heel jong zusje in die tijd, dus die vonden dat prima. Ze hebben me altijd gesteund. ‘Het is jouw leven, jij gaat je gang maar. En als je ons nodig hebt, dan zijn we er.’ En soms had ik ze nodig.’ Bort en Anneke kregen zes kinderen. Hij verdiende in het begin, als ambtenaar, niet heel veel. ‘We hadden ook best wel veel ziekte in ons gezin, dus ik heb wel eens een beroep op de auto van mijn vader moeten doen en soms ook wel een financiële bijdrage gekregen om de ergste nood te ledigen. Zo hielden ze me mooi buiten de schuldhulpverlening’, glimlacht hij en herinnert zich momenten waarop hij ’s avonds, aan tafel aan de studie zat, met op iedere knie een kind. Stille getuigen van die periode zijn zijn college-aantekeningen van strafrecht, die vol staan met de potloodstrepen en -kleuren van zijn kroost. ‘Anneke is een ware familiemanager, maar het was niet vooraf bepaald dat zij thuis zou zijn en dat ik zou werken voor de kost. Ik had ook zomaar huisvader kunnen worden. Maar toen en ook later, heb ik er altijd op vertrouwd dat mijn vrouw alles goed wist te regelen en op te lossen. Zij verdient daarvoor alle eer. Ik had nooit zoveel tijd aan al die andere dingen kunnen besteden, als zij niet zoveel tijd aan het gezin had besteed.’

‘Stralend werkpaard’
Is een burgemeester een sierpaard? ‘Als er een prachtig jubileum te vieren valt, dan mag je als burgemeester die mensen in het zonnetje zetten. Als we prachtige evenementen hebben, dan mag je er bij zijn, soms de opening verrichten, maar het zijn de mensen die het doen. Denk aan Kerst in oud Kampen, denk aan het stripspektakel, denk aan Sail Kampen, denk aan het Full Color Festival, denk aan de Oranjedagen in Wilsum, de markt in Zalk. Natuurlijk lever je er als burgemeester ook je bijdrage aan, soms bij de voorbereidingen – ondersteuning en vergunningen -, maar het zijn altijd de anderen die het doen. Kortom: jij mag als werkpaard vooral stralen bij de prestaties van een ander. Als burgemeester is dat een groot voorrecht.’ Natuurlijk deed hij meer, vertelt hij, want ‘er moet ook gewoon bestuurd worden’. Gemeentelijk, regionaal en landelijk. ‘Als burgemeester zit je in allerlei overleggen. Brandweer, GGD, politie, de veiligheidsregio; in alles moet je volop een partijtje meeblazen. Het college van B&W, de gemeenteraad, de pers; alles moet goed lopen. Allemaal dingen waarvan de samenleving niks ziet. Voor de inwoners is nabijheid belangrijk. Dat ze gezien en gewaardeerd worden.’ Hij was 24/7 paraat; twaalf jaar lang. ‘Brandweer, politie, mensen in psychische nood; ze konden me midden in de nacht bellen. Als burgemeester sta je dag en nacht ‘aan’. Daar lijden we niet onder. Sterker nog: ik ben chagrijnig als ik niet ben gebeld. Ik wil er zijn voor anderen. Altijd. Dat is wat de samenleving mag verwachten van een burgervader.’ Daarnaast is hij de ‘baas’ van de coffeeshop, verantwoordelijk voor de noodopvang AZC, heeft hij supervisie over toezicht en handhaving in de gemeente, heeft hij de Koggewerf en de IJsselkogge onder zijn beheer, ‘bewaakt’ hij de openbare orde en veiligheid, overlegt met de horeca…

Trots op Kampen
‘Ik heb altijd geroepen ‘we maken van Kampen het Maastricht aan de IJssel’. We zitten hier op zo’n prachtige plek, aan een prachtige rivier, prachtige stad, prachtige omgeving. Als je Maastricht roept, denkt iedereen ‘gezellig’. Dat beeld moet Kampen ook oproepen. Daarin hebben we mooie stappen gezet. Ook Geert Meijering heeft daarin een belangrijke rol gespeeld met Roeland Tameling en Kampen Marketing. Merkwaardigerwijs ben ik in die ambitie ook door corona geholpen. Juist vanwege corona wilden we de horeca meer ruimte geven om extra inkomsten te genereren. Dat leverde ineens veel meer terrassen op.’

Trots is hij met name op de bekendheid van Kampen, vooral na de succesvolle Internationale Hanzedagen. ‘Ik kom net uit Riga. Samen met Esther Wagteveld loop ik daar door de stad en word her en der aangesproken met ‘daar gaat Kampen’. Die Hanzedagen van 2017 staan internationaal in ieders geheugen gegraveerd. Heel Kampen heeft ongelooflijk hard aan dit succes meegewerkt. ‘Dat krijgen wij niet voor elkaar’, zeggen collega’s. Hier deed de hele gemeenschap mee, net als de ons omringende Hanzesteden, Harderwijk, Zwolle, Deventer…’ Trots is hij ook op onze inwoners. ‘We hadden een weeklang noodopvang voor asielzoekers in de sporthal en onze inwoners kwamen massaal speelgoed voor de kinderen brengen. Hartverwarmend.’ Ook is hij nog steeds ‘immens blij’ met de uitspraak van de Raad van State over het nieuw te bouwen dorp Reeve. ‘Daar hebben we als gemeente onze nek voor uitgestoken. Ging Reeve niet door, dan hadden wij, naast de financiële problemen die we al in Kampen hadden, nog een gat van veertig miljoen moeten dichten.’

IJsselkogge
‘Iets waar ik ook ontroerd van was, is het boven water halen van de IJsselkogge. We wisten niet wat we zouden vinden. Een stelletje oude planken? Na het nodige cynisme hieromtrent, was ik erg blij met wat er die dag in februari naar boven werd gehaald. Hoe is het mogelijk dat iets wat zeshonderd jaar op de bodem van de IJssel heeft gelegen er nog zo intact uit kan zien? Het ontroerde mij. Zo’n prachtig schip. Meteen wist ik: hier dreigt een kans! Het gaat me aan het hart als we hier niets mee doen. Dit is een icoon voor Kampen. Heus, het gaat mij er niet om dat er 300.000 mensen naar Kampen komen, maar deze IJsselkogge is zo ontzettend wezenlijk voor onze stad… Het legt de wortels van onze geschiedenis bloot. Het is de basis van onze vaderlandse scheepvaart, de basis van de internationale handel, van de Hanze, maar ook van het opkomen van democratieën; van steden die zich los van de adel gingen ontwikkelen.’
‘Natuurlijk hebben we ook droeve dingen meegemaakt. Denk aan het overlijden van een schoolkind bij een grasmaaier-ongeluk. Dat snijdt er diep in. En andere ongelukken, waarbij ik dan contact zoek met de familie en er dan alleen maar kan zijn. Meeleven en meelijden met de nabestaanden; hen laten weten dat dit leed door anderen ook wordt gevoeld.’ Ook resumeert hij aan de economische crisis in Kampen. ‘Daarin waren we niet uniek, maar het is wel de kunst om juist dan de zaken overeind te houden. Geen gemakkelijke tijd. Complimenten aan het College en de raadsleden dat zij zich vooral op de inhoud bleven richten en niet persoonlijk werden.’

En nu? ‘Nu mag ik weer mijn eigen agenda bepalen. Ik word weer student. Parttime. Een combinatie van theologie en filosofie, want dat interesseert mij mateloos. Mensen moed geven. Pastorale gesprekken, die ik soms ook wel als burgemeester voerde. In filosofie en theologie worden antwoorden gegeven; daarin wil ik mij graag verder verdiepen.’ Dus: geen zwart gat? ‘Ach, ik beleef de laatste tijd heel dubbel. Ik besef wat ik loslaat en in wat voor warm bad ik hier heb mogen zwemmen; met alle mensen om mij heen. Ik wil een ieder ontzettend hartelijk bedanken dat ik hun burgemeester heb mogen zijn. En verder: elke stop is weer een nieuw begin. Ik weet niet wat de toekomst brengt. Ik hoop dat ik met dezelfde gezondheid, plezier én zegen – want tenslotte is dat niet aan mij – mijn leven nog een hele tijd mag voortzetten tussen mijn familie en vrienden.’

1 Comment

  1. Dank, Bort, voor je unieke, nabije, betrokken en liefdevolle burgervaderschap! Die humor en glimlach van jou zijn onbetaalbaa!. Wees gezegend…

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*