Gerrie Kragt – “Als ik hier en daar maar een beetje kleur kan geven”

 

 

Bewust of onbewust een ‘rondje stad’ afsluiten via de Geerstraat met het excuus bij t Kroegje nog even neer te ploffen voor een drankje en uiteraard een goed gesprek was meer regel dan uitzondering. Was, want die ‘spontane’ opwelling vond plaats in een andere tijd. Gelukkig opende Gerrie Kragt tijdens de tweede lockdown haar deur (met goedkeuring van hond Shep) om samen even heerlijk weg te dromen. Heerlijk? Ja, zelfs de realistische Gerrie droomt over een betere wereld en een mooier Kampen…

Van jongs af aan wilde Gerrie verpleegster worden: “Ik moest voor mijn opleiding stagelopen en dacht dat ik kon kiezen uit een bejaardentehuis of ziekenhuis, maar ik kwam uiteindelijk terecht bij een psychiatrische inrichting in Veldwijk. Ik was 17 en zoog alle indrukken als een spons op. Die tijd was overweldigend en een ervaring die – ondanks fragiliteit – een stevige basis legde voor mijn verdere leven.”

One flew over the cuckoo’s nest
“Ik dacht op die leeftijd een hele dame te zijn, maar bij nader inzien heb ik daar de meest zware en de meest fantastische tijd meegemaakt. Ik werd voor het eerst geconfronteerd met mensen die de gekte van alle dag vertegenwoordigden, bijvoorbeeld mensen met godsdienstwaanzin en oorlogstrauma’s. De situatie was vergelijkbaar met ‘One flew over the cuckoo’s nest’, de uit 1975. Iedere dag was onvoorspelbaar en ik vond het fascinerend.

Het uitgaansleven was minstens net zo heftig. Toen ik na een halfjaar (graatmager) thuiskwam, had ik tijd nodig om bij te komen. Toen realiseerde ik me dat de rol van verpleegster niet voor mij was weggelegd. In de zomer van dat jaar zocht ik ontspanning op een terrasje en ontmoette daar fotograaf Ton Kruithof. Hij zocht iemand voor in zijn winkel. Ik heb vervolgens twaalf jaar in zijn fotozaak gewerkt. Niet alleen verkocht ik materialen en ontwikkelde ik foto’s, ik leerde zoveel over het vak dat ik fotoreportages mocht maken. Een geweldige tijd! Ik kwam overal. Toen hij verhuisde naar de Flevoweg besloot ik te stoppen.”

’t Kroegje



“Het liefst wilde ik een studie psychologie oppakken. Ik vond en vind het erg boeiend om me te verdiepen in de beweegredenen van mensen. Wat maakt dat ze iets doen? Of juist niet? Inmiddels had ik mijn man Berry Selles ontmoet, hij ging in die tijd naar het conservatorium. Het leek ons niet verstandig om allebei uit het werkende leven te stappen. Een vriendin nam in die periode een kroeg over en vroeg of ik daar af en toe wilde schoonmaken. Dit werk breidde uit totdat ik tenslotte achter de bar stond. Ik had altijd gedacht dat het niets voor mij zou zijn!

Die vriendin ging een keer op vakantie en zij vroeg om nog een keer te vervangen. Ik zag het functioneren van die persoon met lede ogen aan. Het ging niet goed. Ik nam zijn rol over met als gevolg dat ik na enige tijd gevraagd werd om ‘t Kroegje over te nemen. Ik aarzelde, want ik was bang mijn vrijheid kwijt te raken. Toch moest ik er niet aan denken dat een ander hier de scepter zou zwaaien en er iets van zou maken dat niet aansloot bij hoe ik er invulling aan wilde geven. ’t Kroegje was mijn kindje geworden. Ik hakte de knoop door en we zijn inmiddels – zonder spijt – 21 jaar verder!”

Psychologie in de kroeg


“Ik ben erg geïnteresseerd in mensen. Hoewel het om psychologie van de koude grond gaat, kan ik in mijn rol als barvrouw mijn ei goed kwijt! Ik voer interessante gesprekken met dito mensen. Wat drijft mensen om een café te bezoeken? Wat zoeken zij er? De ‘truc’ is om onbevooroordeeld te blijven. Iedereen die hier binnenloopt, komt blank binnen. Deze overtuiging geldt niet alleen voor het café, maar is wat mij betreft de kracht van samenleven.

De leukste activiteit van het jaar is Koningsdag met livemuziek in t Kroegje en diverse muziekkorpsen in de Geerstraat. Uiteraard word ik dan vrolijk van de hoge omzet, maar nóg vrolijker van de heerlijke sfeer. Iedereen is vrolijk. Het is knetterhard werken, maar met het team heb ik de grootste lol. En natuurlijk de mooie liveconcerten. Het maandelijkse Literair Café vind ik ook geweldig. Mijn grootste trigger voor een goed gevoel blijft het contact met mensen, ongeacht welke activiteit ik organiseer. Soms zijn er op een doordeweekse avond maar zes klanten in ‘t Kroegje en heb ik een geweldige avond. Ik ben super gevoelig voor sfeer.”

Berry

“Rond mijn twintigste ontmoette ik Berry. Dat  herinner ik me goed, want het begon met een ‘ruzie’. Ik hoorde eerder die dag toevallig een radio-interview met hem en begreep niets van wat hij vertelde. ’s Avonds sprak hij in een kroeg waar ik ook was aan de bar met iemand over dit interview. Ik ving dit gesprek op en kon niet nalaten me ermee te bemoeien en zei dat ik er geen touw aan vast had kunnen knopen. Gelijk bonje natuurlijk! Waar ik, trutje (volgens Berry), me mee bemoeide! Toch bleek deze start het begin van een lange en fijne tijd samen.

Twee jaar geleden overleed Berry op 71-jarige leeftijd. De kracht van onze relatie was dat we én veel samendeden, maar vooral ook onze eigen gang konden gaan. Ik hoorde ooit iemand zeggen: ‘Nee, dat mag ik niet van mijn vrouw.’ Dat verbaasde me. Stel je eens voor dat je op hogere leeftijd moet erkennen dat je door ‘dat mocht ik niet’ je dromen niet hebt kunnen verwezenlijken. Je moet je leven invullen en leiden op een manier zoals jij wilt. Wij lieten elkaar vrij in onze dromen.

Berry was gek van Amerika, van het landschap, de muziek tot en met de cowboylaarzen.

‘When I die, take my saddle off the wall, place it on my pony and lead him from his stable take my bones to his bag, turn your face to the west and when they ride on the prairies, that’s what we love the best’

Deze tekst sloot aan bij de plek waar Berry begraven wilde worden, een klein stil plekje op de begraafplaats in Grafhorst met ‘zicht’ op een tredmolen, een rad dat door paarden in beweging komt. In Berry’s beleving was dit Amerika het sfeertje dat hij zocht om begraven te worden. Op zijn graf staat een grote steen met fantastische kleuren, waaronder (Arizona)rood. De steen is een metafoor die past bij Berry’s bezieling.”

Koninklijke onderscheiding


Gerrie noemt zichzelf een doener, dat bewijst zich in de praktijk. Naast haar drukke leven als caféeigenaar, zet zij zich ruim 25 jaar in voor Ventura Kampen. Zij startte met Jan Lieftink te ondersteunen en is nu voorzitter. Gerrie is vanaf het begin betrokken bij Kerst in Oud Kampen. Mede door haar is dit festival uitgegroeid tot een jaarlijks regionaal evenement met ruim 90.000 bezoekers. Ook is Gerrie als begeleider actief voor de Stichting Idéfix, een stichting die jaarlijks een vakantieweek organiseert voor kinderen met een ernstige lichamelijke en geestelijke beperking. “Fantastisch om gedurende die week iets te kunnen betekenen voor die kinderen. Je geeft ze kleur. Dat is waar het mij om te doen is.”

Eind 2019 kreeg zij een koninklijke onderscheiding en werd benoemd als ridder in de orde van Oranje-Nassau. “Het was een prachtige bijeenkomst in de gouden zaal van het Stedelijk Museum Kampen met de burgemeester en commissaris van de koning in Overijssel. Terwijl ik met andere voorwendselen in de zaal zat, zag ik ineens mijn broers en zus. Ook kwam er een stoet figuren, waaronder de clown en koning van Ventura, de zaal binnenlopen, tegelijk met mensen van Idéfix. Met een schok realiseerde me dat dit over mij ging! Enigszins bekomen van de schrik ervoer ik alles als hartverwarmend. Al die mensen die zoveel moeite voor mij deden, terwijl ik bij Ventura en/of Idéfix nooit dat had kunnen bereiken zonder die mensen! Zonder licht geen voorstelling, zonder wassen geen schone kleren.”

Positieve inslag
Ondanks de lockdown blijft Gerrie positief: “Ik heb genoeg te doen, hoewel… soms heb ik het gevoel dat ik in de wachtkamer zit. De tijd wil ik nu bijvoorbeeld graag besteden aan vrijwilligerswerk. Maar hoe lang kan ik me dan committeren?  Ik wandel veel met Shep en er zijn genoeg achterstallige klusjes in huis. Ik vermaak me ook prima met lezen en -sinds kort- Netflix. Corona heeft me geleerd dat ik zonder ‘t Kroegje kan. Toch wil (en kan) ik nog niet stoppen. Ik laat me vrijwel nooit uit het veld slaan door negatieve en emotionele gebeurtenissen. Daar ben ik te realistisch voor en ik kan goed relativeren. Natuurlijk heb ik het verlies van Berry moeten verwerken en nog steeds. Kilometers heb ik met Shep gewandeld. Meer mensen zijn achtergebleven na het verlies van een dierbare. Zij hebben het gered. Ik kan dat ook. En daarbij, verdriet mag er zijn hoor!”

Hier en daar kleur geven
“Ik ben geen grote dromer, wel een dagdromer. Ik kan dromen over landschappen die niet bestaan, die ik in mijn fantasie steeds mooier maak.  En feitelijke dromen? Je kunt groot dromen, bijvoorbeeld over vrede op aarde, maar die illusie heb ik niet. Het zijn de kleine dingen die van grote betekenis zijn. Zo droomde ik ervan om ooit over het Rode Plein in Rusland te lopen en deze droom kwam uit. Dromen op dit niveau blijf ik houden. Ik wil bijvoorbeeld olifanten zien in hun natuurlijke leefomgeving.

Toch zijn het de kleine dromen die redelijk eenvoudig in de praktijk kunnen worden gebracht, bijvoorbeeld tonen van respect voor (de verschillen van) elkaar en mensen die elkaar niet beschadigen met een opmerking of actie. Ieder mens heeft het in zich om – al is het door iets heel kleins – kleur te brengen in het leven van anderen. Mensen aanraken, contact. Het belangrijkst vind ik om op een prettige en leuke manier de dagen door te komen, leuke en gekke mensen te ontmoeten en mooie dingen te zien. Ik geloof er heilig in dat dit op mijn pad blijft komen, omdat ik er open voor sta. Ik weet als geen ander dat je niet uit het raam moet staren voor een leuk leven, maar actie ondernemen. Geluk komt je niet aanwaaien.

Ooit heb ik eens gezegd dat ik een jaar in New York zou willen wonen. Het is er niet van gekomen. Spijt? Nee, ik stond een keer aan de andere kant van de IJssel met zicht op het stadsfront en werd overvallen door het gevoel dat dit mijn thuis is. Kampen ligt centraal in Nederland. De grootte is ideaal, ik vind het heerlijk om mensen te (her)kennen. Wanneer ik weer een tijd onafgebroken in Kampen ben, wil ik ‘gepakt’ worden door een andere omgeving en moet ik er eventjes tussenuit.”

Dromen, durven én doen in Kampen

“Mijn wens is dat er vanuit de gemeente meer toekomstvisie en beleid komt over hoe kleur en creativiteit aan Kampen te geven. Schuif persoonlijke en partijbelangen eens aan de kant, stop met populisme, steek de koppen bij elkaar en maak een beleid voor de komende tien à twintig jaar. Wat voor stad willen we zijn? Voor wie en met welke uitstraling? Daarnaast lijkt het alsof door opgelegde regeltjes de speelruimte steeds beperkter wordt. Het is ontzettend jammer dat de academies weg zijn. De studenten brachten kleur aan in de stad. Gelukkig zijn er voldoende mensen en organisaties die initiatief tonen en is er veel wel mogelijk.

Zo’n veertig jaar geleden was er op de langste dag van het jaar een kunstmarkt in Kampen. Tijdens een van die dagen zag ik voor het eerst levende standbeelden en een vuurspugende draak. Een bont gezelschap trok door de stad. Het maakte enorme indruk op me. Ik vond het geweldig dat dit in Kampen kon! Later organiseerde ik samen met anderen Kerst in Oud Kampen en ik realiseerde me dat zoiets nog steeds mogelijk was. Naast bestaande activiteiten hebben we nog veel meer en ‘voor ieder wat wils’ in de aanbieding. Wat dacht je van al die koren? Organiseer een korenfestival! Een paar jaar geleden was ik in Leeuwarden, waar reuzen door de stad trokken. Ik liep met open mond achter de stoet aan en had maar één droom: dit soort activiteiten (nog) meer in Kampen.

Een oproep aan alle creatievelingen in onze gemeente is dan ook: blijf initiatief tonen! Droom niet alleen, maar organiseer het! Laat je niet leiden door beperkingen, blijf denken in mogelijkheden!”

Bijdrage van Diana de Groot