Sieraden ‘de keuze van Kampen’ wie is wie

Op 29 november opent er een bijzondere tentoonstelling in het Stedelijk Museum Kampen. In ‘Sieraden De keuze van Kampen’ worden 25 sieraden uit de collectie van Galerie Marzee in Nijmegen, de grootste galerie met hedendaagse sieraden ter wereld, geëxposeerd.

25 Kampenaren mochten een sieraad uit zoeken in de galerie. Vervolgens stonden zij allemaal, mét ‘hun’ sieraad, model voor de camera van Johannes van Camp. Zowel de sieraden als de foto’s worden tentoongesteld. Twee keer per week stellen wij hier een nieuw model aan u voor. Kampenaren van 25 tot 70 jaar, van Onderdijks tot Kampereiland en van journalist tot International Sales Manager. Misschien herkent u wel uw buurvrouw, uw wijkagent, de HEMA medewerkster of uw docent Frans?

Vandaag is de beurt aan Douwe Jan Buwalda, op de foto uiteraard zonder uitgekozen sieraad. Die mag u komen bewonderen in het Stedelijk Museum Kampen.

image003

Wat is je beroep?
Internationaal kunstenaars duo/ professioneel begeleider.
Wat is je binding met Kampen?
Ik ben een geboren en getogen Kampenaar. Maar sinds ik er na mijn studie terug kwam, bezie ik de stad altijd vanaf de kade of vanuit het riet. Vanaf de zijlijn dus. Ik woon in en langs de IJssel.
Draag je vaker sieraden?
Vroeger meer dan nu. Maar toen ook al nauwelijks iets, een ring of een schitterdingetje in mijn oor. Om te spelen met mijn eigen ijdelheid of met de ijdelheid van het leven zelf. Als bootbewoner droeg ik lang een gouden ringetje in mijn oor. Vanuit het romantische idee dat echte schippers ze ooit droegen voor het geval men zou verdrinken en aangespoeld teruggevonden kon worden. Dan was de gouden ring voor de eerlijke vinder om hun uitvaart mee te bekostigen. Aandoenlijk naïef en een dramatisch idee om je met zoiets te vereenzelvigen, achteraf bezien, zeker deze laatste maanden.
Net als met andere kunstvormen heb ik iets met de ‘werking’ van een sieraad en niet met de belemmering ervan. Ik heb ook niets met de betekenisgeving die men er dikwijls aan geeft. Dus voor mij niets om mijn vinger, mijn pols of mijn hals, dat belemmert me maar in mijn beweging. En ook zeker niet een ring ter bevestiging van liefde en trouw, dat zou me maar beperken in iets wat ik liever steeds opnieuw en anders beleef en levend hou. Vroeger droeg mijn moeder een slavenarmband, de naam alleen al: een molensteen om je hals. Dit zal de oorzaak geweest zijn dat ik zo allergisch reageer op betekenisgeving.
Wat vond je van de ervaring om bij Galerie Marzee een sieraad uit te mogen zoeken?
Ik geniet er altijd van als ik vrijblijvend iets mag uitzoeken. Of het nu voor mezelf of voor een ander is, te leen of te geef. Het maakt niet uit of het om sieraden, kleding of bonbons gaat, voor een foto of voor het echie, ik wil erdoor geraakt worden en erdoor vervuld raken.
Ik genoot dus van de grote diversiteit aan artefacten bij Marzee, en vond het heerlijk dat ik niet meteen tot een keus kon komen. Juist in momenten van aarzeling en aandacht ontstaat er ruimte om iets waardevols te laten ontstaan. Ik koos niet op ‘dat staat me’ of ‘dat maakt me’, maar eerder op het onverwachte er in. Iets dat me op een idee zou brengen. Ik viel op het simpele snoertje van Eunji Choi. Dat sprak iets in mezelf aan, waarvan ik daarvoor nog geen idee had. Namelijk dat ik er onderhuids mee bezig was. Het materiaal van de kralen, simpelweg doorgezaagde en doorboorde potloodstift. Het feit dat het zwart ervan op mijn hemd af gaf, bracht iets in mezelf teweeg. Het reeg allerlei associaties aaneen waarop ik zelf eindeloos verder kan borduren. Daarbij heeft het snoer geen sluiting en kent het dus geen begin en geen einde.
Wat vond je van de fotoshoot?
Iemand fotograferen of zelf gefotografeerd worden, het is altijd weer een uitdaging. Het liefst ga ik er secuur en tegelijk nonchalant mee om. Het vraagt een natuurlijke aandacht. Oog in oog met iemand anders staan is niet niks. Je zoekt jezelf te wezen terwijl je je toevertrouwt aan de lens en het blikveld van een fotograaf of kunstenaar. En daarna kom je ook nog eens je eigen voorkomen onder ogen. Wat maakt de ander ervan? Het vraagt ook om respectvol kijken naar wat je beiden ziet op zo’n moment. Het luistert ook heel nauw om er zorgvuldig betekenis aan te geven. Met Johannes (de fotograaf) ging dit alles heel vanzelfsprekend en zeer bewust. Het was prettig samenwerken.
Kende je het museum al voor dit project?

Ik ben sinds de start van het museum al vriend ervan. Ik vind het heel belangrijk dat Kampen een eigen ‘Stedelijk’ heeft. Wederzijds contact is zeer belangrijk. Wordt vriend!

Wil je zelf nog iets kwijt?

Een sieraad doet je beseffen dat je niet alleen voor jezelf leeft. Het helpt bij het accentueren van je relatie met het leven zelf. Je kan van achter een sieraad tevoorschijn komen en je kan je erachter verschuilen. ‘Alles went in het leven’, hoorde ik vanmorgen weer eens iemand zeggen. Wat zie je dan nog? Wat merk je dan nog op? Vraag ik me dan af. Ik maak er liever een kunstwerk van. Als kunstenaars duo Work#art ben ik daar, samen met Bert van der Sluijs, alsmaar mee bezig. Dat delen we met zoveel mogelijk mensen om ons heen. Niet alleen in Kampen maar een aardbol rond. Om er werk van te maken ons leven als een kunstwerk te zien.

Tijdens mijn kunstacademie periode was ik voor het ontwerpen en maken van sieraden in de leer bij Hans Appenzeller en Jan Tempelman. Het zijn nog steeds klinkende namen. In die tijd maakte ik unica voor heel speciale gelegenheden, die men op zo’n moment nog net kon dragen. De sluiting van een sieraad vormt altijd een lastig aspect. Ik maakte van de nood een deugd door die sluiting als het meest opvallende aspect te bewerken. Sinds kort maken we als duo weer sieraden. Nu als omgekeerde variant van onze locatie-specifieke installaties. Het zijn sieraden die glanzen en kinken en helemaal niet draagbaar zijn. Als ode aan het leven zelf.