Stadscolumn: Klok poetsen

Autolakschadespecialist Marinus Brouwer geeft tweewekelijks in de Stadscolumn zijn kijk op Kampen, auto’s en het leven.


Klok poetsen

Poetsen, poetsen, poetsen. Daar denk ik de meeste tijd van de dag aan. Soms sla ik een beetje door. Dan loop ik ergens, bijvoorbeeld langs de Buitenkerk, en hoor de klokken en denk: “Hoe zit dat nou bijvoorbeeld met kerkklokken? Worden die gepoetst om ze mooi te houden? Hoe doen ze
dat eigenlijk?” En dan wil ik het weten ook, dus ik ben thuis eens even de geschiedenis in gedoken.

Kampen had vroeger een klokkengieter, ene Geert. Maria Johannes Geert van Wou om precies te zijn. Wisten jullie allang misschien. Maar ik wist dit dus nog niet. Enfin, Geert werd in 1450 in Nijmegen geboren. Als zoon van een klokkengieter. En Geert stond in die tijd bekend als de
grootste klokkengieter. Had hij geleerd van zijn vader Willem. En daarna ging hij ook nog in de leer bij een leermeester in Den Bosch. Toevallig ook een Willem. In die tijd waren er best veel Willems, denk ik.

De geschiedenis vertelt dat hij: om te beginnen in Kampen een Mariaklok mocht gieten voor de Onze Lieve Vrouwe- of Buitenkerk en als deze heel goed klonk, hij meer klokken mocht gieten voor deze kerk. En als bonus: mocht hij dan een gelui voor de Bovenkerk maken. Het is hem gelukt hoor,
in 1480 was dat! Acht klokken in totaal vormden acht tonen van een toonladder. En mooi dat ze klonken. Dus ja toen kreeg de Buitenkerk ook een gelui (zo noemen ze een stel van die klokken) van zijn hand. Ik kan hier niet allemaal kwijt wat ik nu over hem weet, maar geloof mij maar, die man had een passie voor zijn vak!

Maar nu dat poetsen? Hoe deden ze dat? Nou daar moest ik even verder naar speuren. Brons is een legering van koper en tin. Als brons met de buitenlucht in aanraking komt, ontstaat een groenige laag (patina), die tevens een beschermlaagje vormt. En dat laagje hoort dus ook een beetje bij het karakter van brons. Moderne bronzen beelden krijgen zelfs expres een patinabadje. Maar goed er zitten ook vogels in zo’n klokkentoren en de vogelpoep, die ze daar droppen, zorgt voor een lekker smerig laagje op de klok. En met poetsen krijg je dat er écht niet af.

Nu komt het. Er wordt daarom niet gepoetst, maar gestraald. En daarna ziet de klok er weer als nieuw uit. Zonder groenig laagje. En zonder poep. En ze klinken dan, denk ik, weer net zo mooi als eeuwen geleden, toen ze net gegoten waren door Geert. Nou weer wat geleerd. Achteraf had ik het natuurlijk kunnen weten, want als autovelgen vies verweerd zijn worden ze ook niet gepoetst, maar schoon gestraald. En nu nog het laatste weetje wat ik tegenkwam: Toen Geert van Wou overleed in 1527, werden de Buitenkerkklokken twee uur lang geluid als eerbetoon aan de maker. Bijzonder hè! Als ik er nu langsloop en ik hoor ze, dan denk ik nog wel eens aan hem. Omdat ik hem nu een beetje ken zeg maar.

Meer weten? Kijk op de Canon van Kampen en via wiki bij Geert van Wou

https://www.canonvannederland.nl/nl/overijssel/salland/kampen

https://nl.m.wikipedia.org/wiki/Geert_van_Wou